Je bent hierStart / De verbrandingsoven van Kampenhout / Beknopt technisch overzicht
Beknopt technisch overzicht
Inhoud
De storthal
Vrachtwagens storten het afval in een grote ondergrondse hal die men de storthal noemt. Met een grote grijpkraan wordt het afval van daaruit in de voedingsmond van de oven gebracht. Het afval zelf moet zorgen voor een luchtdichte afsluiting van de oven zodat deze onder onderdruk kan werken.
De kraan die het afval in de oven brengt kan ook gebruikt worden om het afval eerst te mengen om een homogener mengsel te bekomen.
De roosteroven
De oven die men in Kampenhout wil bouwen is van het klassieke roosteroven type.
Hierbij komt het afval dat in de voedingsmond van de oven wordt gestort op een rooster terecht waarop het verbrand wordt.
De eigenlijke verbranding zelf is op te delen in vier deelprocessen:
- Drogen van het afval
- Vergassing van het afval, waarbij vervluchtigde koolwaterstoffen ontsnappen uit het afval
- Ontvlammen van het afval
- Uitbranden van het afval
Na het verbrandingsproces blijven er twee soorten restfracties over. Enerzijds de rook, anderzijds de vaste restfractie die men de 'slakken' noemt.
Energie recuperatie
De warmte die vrijkomt bij de verbranding van het afval wordt deels omgezet in stoom. Die stoom kan men bijvoorbeeld leveren aan tuinbouwers voor de verwarming van hun serres.
Wanneer er in de omgeving van een verbrandingsoven onvoldoende afnemers van stoom gevestigd zijn, kan men de stoom afwenden naar een stoomturbine en op die manier omzetten in elektriciteit.
Daarbij gaat echter heel wat van het energetische vermogen verloren. Met andere woorden: het rendement hiervan is een stuk lager.
Behandeling van de rookgassen
Aan de rookgassen wordt eerst het ketelas onttrokken (in de stoomketel). Vervolgens worden ze vermengd met ammoniak (waarom ammoniak?) om de stikstofoxiden (wat zijn dat?) om te zetten in stikstof (wat is dat?).
Daarna worden de rookgassen verder afgekoeld door de half-natte gaswassing met water en kalkmelk. De kalkmelk zorgt ervoor dat het zoutzuur, de waterstoffluoride (vloeizuur) en de zwaveldioxide neerslaan als zouten.
Vervolgens wordt er actieve kool in de rook geinjecteerd. De bedoeling daarvan is dat dioxines, furanen en zware metalen zoals kwik zich vastzetten in de poriën van de actieve kool. Die actieve kool wordt samen met de zouten en stofdeeltjes apart afgevoerd en is het laatste wat er uit de rook wordt gehaald vooraleer die door de schouw naar buiten wordt gevoerd.
Dit proces noemt men een 'half-natte' gaswassing. Een gevolg van de halfnatte gaswassing is dat de rookgassen met een lagere temperatuur uit de schouw komen. Daardoor zal het vocht in de rook bij contact met de koudere buitenlucht onmiddellijk gaan condenseren en krijg men dus een witte rookpluim.
Restfracties
Na het verbranden blijven er nog een aantal restfracties over. Het merendeel hiervan moet worden afgevoerd naar een stortplaats van klasse 1, maar sommigen kunnen worden gerecycleerd.
Ketelassen
De ketelassen die aan de stoomketel zijn onttrokken, zullen worden afgevoerd naar een stortplaats van klasse 1. Voor de verbrandingsoven in Kampenhout zou dit gaan om 2600 ton per jaar.
Rookgasresidu
De andere stoffen die tijdens de behandeling van de rookgassen zijn uitgefilterd, worden eveneens afgevoerd naar een stortplaats van klasse 1. Het gaat om 7100 ton per jaar.
Ferro en non-ferro metalen
Bodemassen zijn de assen die overblijven in de oven na de verbranding. Het is dus een residu van niet brandbaar materiaal en as. De bodemassen worden ter plaatse verder gebroken en gezeefd om er de ferro- en non-ferro metalen uit te halen. De ferro- en non-ferro metalen worden voor recyclage afgevoerd. Het gaat om 4050 ton per jaar.
Granulaten groter dan 2mm
Wat overblijft zijn granulaten die worden onderverdeeld volgens grootte. Granulaten die groter zijn dan 2mm laat men zes tot twaalf weken buiten liggen om te verouderen. Daarna kunnen ze worden aangewend als bouwgrondstof.
Elk jaar zal 20.000 ton van deze granulaten worden afgevoerd.
Granulaten fijner dan 2mm
Granulaten met een diameter kleiner dan 2mm worden afgevoerd en gestort op een stortplaats van klasse 1. Het gaat om 16.400 ton per jaar.
In de toekomst wil men ook deze restfractie verder ontginnen op de site.
Gebruik van chemicaliën
De installatie verbruikt tijdens haar werking de volgende chemicaliën:
| Ammoniak | 18 ton/week |
| Ongebluste kalk | 62 ton/week |
| Actieve kool | 1,5 ton/week |
Leden
Stop de Oven distributiepunten in jouw buurt