Inhoud
De vrachtwagens die het afval in de hal storten staan zelf in de buitenlucht. De kans op geluids- en geurhinder is dus reëel.
Het afval wordt door vrachtwagens rechtstreeks in de storthal gestort, waarna het met een kraan in de oven wordt gevoerd. De controle op het inkomend afval is dus beperkt tot een visuele controle door degene die de kraan bedient.
De roosteroven is een techniek die reeds meer dan 100 jaar gebruikt wordt voor het verbranden van afval (bron: VITO). Het gaat dus helemaal niet om een hightech oplossing.
Bovendien bestaan er afvalverwerkingstechnieken die een hoger energetisch rendement hebben en minder uitstoot met zich meebrengen. Ze zijn echter duurder, en dus niet interessant voor een firma die afval alleen wil verbranden om winst te maken. De extra voor- en nabehandelingsstappen die de nieuwere installaties omvatten, vragen ook meer ruimte en die heeft Recover Energy niet beschikbaar.
De aanwezigheid van zware industrie voor de afname van stoom is een extra reden om een verbrandingsoven te lokaliseren in een industriegebied en niet temidden van woonwijken. In het geval van Kampenhout is er onvoldoende industrie aanwezig om de productie van stoom rendabel te maken.
Het catalogeren van elektriciteit en stoom die opgewekt worden uit de verbranding van niet-recupereerbare grondstoffen als "groene energie" is trouwens erg omstreden en wordt door organisaties als Greenpeace en Bond Beter Leefmilieu resoluut van de hand gewezen. Naast de problemen met de uitstoot van giftige stoffen moeten de vernietigde grondstoffen immers vervangen worden, en de energie die daar voor nodig is wordt niet meegerekend in de cijfers die de afvallobby voorhoudt.
Met de keuze van ammoniak in plaats van ureum toont Recover Energy opnieuw dat het haar geldelijk gewin boven de veiligheid en gezondheid van de inwoners van omliggende gemeenten stelt. Ammoniak is niet alleen schadelijk voor mens en milieu, maar bovendien uiterst explosief wanneer het oververhit wordt (zie ook: brand in industriele bakkerij).
In plaats van ammoniak zou men voor de half-natte gaswassing ook ureum kunnen gebruiken. Ureum is, in tegenstelling tot ammoniak, ongevaarlijk. Het is echter wat duurder in gebruik, omdat het kristalliseert bij 16 graden Celsius en dus boven die temperatuur moet worden gehouden.
Uitsluitend om het visueel effect van de rookpluim te vermijden, passen sommige exploitanten van verbrandingsovens ofwel een droge gaswassing toe (waarbij de rookgassen niet worden afgekoeld), ofwel een heropwarming van de rookgassen na de natte gaswassing.
Daardoor zal het vocht in de rookgassen niet onmiddellijk condenseren bij contact met de buitenlucht, en krijg je dus een 'onzichtbare' rookpluim.
Laat je dus niks wijsmaken. Of de rookpluim nu wit is of niet, het eigenlijke gevaar (de reststoffen worden uitgestoten naast de waterdamp) is zowiezo onzichtbaar.
Verbranden betekent dus niet dat er niet meer moet gestort worden. Wat na verbranding nog moet gestort worden, is vele malen giftiger dan het oorspronkelijk materiaal, en kan zo goed als nooit meer gebruikt worden.
In de MER kennisgeving staat te lezen dat Recover Energy voorziet om, zodra de technologie beschikbaar is, een meer doorgedreven recyclage van de non-ferro metalen te bekomen. Wat ze daar precies mee bedoelen is totaal onduidelijk.
Het 'verouderen' van granulaten groter dan 2 mm betekent in de praktijk dat men ze buiten op een hoop stort en daar zes tot twaalf weken laat liggen. De impact daarvan wordt geminimaliseerd door de initiatiefnemers.
In de MER kennisgeving staat dat Recover Energy in de toekomst ook de restfractie van granulaten fijner dan 2 mm verder wil ontginnen, maar hierover staat niet meer informatie in het document.
Hoe Recover Energy dit wil integreren op een terrein dat volgens vele deskundigen al te klein is om de voorgestelde installatie te herbergen, is volstrekt onduidelijk.
Naast de afvaltransporten zal de aanvoer van alle chemicaliën, nodig om de oven te doen draaien, het nu al oververzadigde verkeer op de N21/N26 nog verder doen toenemen. Bovendien gaat het om gevaarlijke stoffen die niet alleen tijdens opslag maar ook tijdens transport een risico vormen.