De MER procedure is afgerond

Op 4 juli 2011 heeft de dienst MER van de Vlaamse overheid het MER van Recover Energy goedgekeurd. Daarmee is de MER procedure afgelopen en kan Recover Energy een vergunningsaanvraag indienen.

Inhoud

Het doel van milieueffectenrapportering

MER is een essentieel instrument van het moderne milieubeleid. Het uitgangspunt van MER is om al in het stadium van de planning en de besluitvorming van bepaalde activiteiten de mogelijke schadelijke effecten voor mens en milieu in kaart te brengen.
Deze regel volgt uit het beginsel van het preventief handelen, dat inhoudt dat
het ontstaan van vervuiling of hinder van meet af aan moet worden vermeden, eerder dan later de gevolgen ervan te bestrijden.

MER tracht abstracte principes zoals het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen om te zetten in concrete processen.

De doelstelling van MER is om te komen tot een beter geïnformeerde besluitvorming waarbij milieubelangen evenwaardig worden aan de meer traditionele sociaal-economische belangen.

Met andere woorden, MER is een belangrijk instrument om er voor te zorgen dat bij een vergunningsprocedure rekening wordt gehouden met de hinder op mens en milieu van de te vergunnen activiteit.

Rol van MER binnen de milieuvergunningsprocedure

Voor milieuvergunningsaanvragen die aan de MER-plicht onderworpen zijn moet er een definitief MER rapport zijn vooraleer de milieuvergunningsaanvraag kan ingediend worden

Daar een verbrandingsoven onder de MER plicht valt moet dus eerst heel de MER procedure doorlopen worden vooraleer men kan starten met de milieuvergunningsprocedure.

De MER procedure

De MER procedure valt onder te verdelen in drie fasen:

De startfase: kennisgeving

De intiatiefnemer maakt via de MER kennisgeving informatie over aan de overheid.
De overheid van haar kant gaat na of er een MER moet opgesteld worden (er is ook de mogelijkheid om vrijgesteld te worden van de MER plicht) en of de kennisgeving volledig is.

Indien de kennisgeving volledig is en een MER noodzakelijk, zal de overheid overgaan tot de bekendmaking en terinzagelegging van de kennisgeving.
Daartoe sturen ze binnen de 10 dagen de kennisgeving door aan de vergunnende overheid, het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten en de door de Vlaamse regering aangewezen administratie.
Al deze partijen hebben de mogelijkheid om binnen 30 dagen opmerkingen in te dienen over de MER kennisgeving.

Het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten organiseert bovendien de publieke inspraak binnen een termijn van 10 dagen na terinzagelegging van de kennisgeving. Ze bezorgt binnen de 30 dagen de eventuele opmerkingen aan de overheid.

Uiteindelijk zal de overheid beslissen wat de inhoud moet zijn van het MER rapport. Ze bekijkt hoe die gegevens moeten worden verzameld, daarbij rekening houdend met de relevante opmerkingen.
Deze besluiten noemt met de MER richtlijnen. Ze vertellen de aanvrager wat ze allemaal moeten onderzoeken in de volgende MER fase.

Middenfase: Opstellen MER

De aanvrager werkt samen met de door hem aangestelde milieudeskundige(n) het MER rapport uit.
Op deze fase staat geen termijn.

Eindfase: Kwaliteitscontrole

Wanneer de administratie het definitief MER ontvangt begint de teller weer te lopen.
Maximum 50 dagen nadien keurt de administratie het definitieve MER goed of af. Ten laatste 60 dagen na ontvangst van het definitief MER (en dus niet 60 dagen na de beslissing) maakt het haar beslissing over aan de initiatiefnemer, de administraties, overheidsinstellingen, openbare besturen en de MER coördinator.
Er wordt door de overheid een verslag opgesteld dat aangeeft of het MER voldoet aan alle voorop gestelde eisen.
Hierna kan het milieuvergunningsproces starten.